Asscher: Kiezers zijn klaar met het gehakketak

Ja, een beetje spannend vindt PvdA-leider Lodewijk Asscher het wel. Hij mag dan vier jaar vice-premier zijn geweest, als lijsttrekker van een landelijke partij de verkiezingen ingaan is nieuw voor hem. In de peilingen staat de PvdA er niet best voor. En ook Asscher heeft de overwinning van Trump in de VS en de keuze voor de Brexit in Groot-Brittannië gezien.

Hoe probeert u het tij te keren?

Veel kiezers zijn wel een beetje klaar met het geschreeuw, het gehakketak en de negativiteit. Het is tijd om weer wat moois te bouwen. We hebben de overheidsfinanciën weer op orde, de werkloosheid daalt; we kunnen bijvoorbeeld flink investeren in onderwijs.

De PvdA wil dat er elk jaar 2,6 miljard extra naar onderwijs gaat. Wat gaat u met dat geld doen?

De robots komen eraan. Daardoor gaan er banen verdwijnen, maar er ligt ook een kans. De arbeidskosten zijn straks niet meer van doorslaggevend belang, en dus kunnen we weer dingen in Nederland gaan maken. Je ziet dat al gebeuren: BMW gaat meer modellen laten maken in de autofabriek in Born. Daardoor komen er honderden banen bij. We moeten mensen opleiden voor die nieuwe maakindustrie.

Dan moet u studenten wel overtuigen om een technische studie te volgen.

De afgelopen jaren zijn veel meer studenten de techniek ingegaan. Maar er is nog altijd een imagoprobleem: er wordt al snel aan vies werk gedacht. Terwijl bijvoorbeeld het werk in de zorg heel zwaar is, en je in de techniek van achter een toetsenbord dure freesmachines bedient.

Daarnaast moeten we mensen omscholen die nu werkloos zijn. En niet goedkope werknemers uit Oost-Europa halen. Zolang we goedkope ingenieurs uit Roemenië halen, braindrainen we Roemenië, en zitten er hier mensen op de bank. Dat vind ik asociaal.

U had de afgelopen jaren de kans om daar iets aan te doen.

Ik ben ermee bezig een coalitie te maken om die problemen aan te pakken, met landen als België, Duitsland en Frankrijk. We willen de regels veranderen, zodat Oost-Europese arbeiders hetzelfde loon krijgen. Ik ben dicht bij een meerderheid.

Als minister van Sociale Zaken was u ook verantwoordelijk voor integratie. U wil de slagingspercentages van het inburgeringsexamen opkrikken, maar onder uw leiding zijn die juist gedaald. Wat is daar mis gegaan?

Er was te veel geloof in de vrije markt. Het kabinet voor mij – van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV – heeft het systeem ingrijpend veranderd, waardoor vluchtelingen nu zelf hun inburgering moeten regelen. Dat moet ik nu bijsturen.

Waarom heeft u daar zo lang mee gewacht? 

Je moet zo’n systeem wel de kans geven. Het bestaat sinds 2013, en mensen hebben drie jaar de tijd om in te burgeren. Gaandeweg dacht ik: dit bevalt me toch niet.

Laten we eens een aantal van die problemen doornemen. Vluchtelingen moeten nu kiezen uit zo’n tweehonderd bedrijfjes waarbij je les kunt volgen. Ze zien door de bomen het bos niet meer.

Als iemand zijn of haar gezin naar Nederland wil halen, begint de inburgering al in het land van herkomst. Bij vluchtelingen is dat anders; zij moeten in Nederland inburgeren. We hebben de gemeente weer een rol gegeven, die vluchtelingen helpen de goede keuze te maken. En tussen die tweehonderd aanbieders zitten natuurlijk ook beunhazen die zo snel mogelijk geld proberen te verdienen. Die moeten we er uitfilteren.

Hoe dan? De toezichthouder mag niet bij de lessen aanwezig zijn.

De toezichthouder mag wel bij de ROC’s in de les kijken, en daar vindt het leeuwendeel van de inburgeringslessen plaats. Bij andere aanbieders is dat niet het geval, en dat moet veranderen. We kijken ernaar of de onderwijsinspectie dat werk kan gaan doen.

Dus het heeft vier jaar geduurd voordat u erachter kwam dat het wel handig is als een toezichthouder bij een les aanwezig kan zijn?

De toezichthouder kan de kwaliteit ook beoordelen door naar de resultaten en de methode te kijken. Maar het systeem is niet goed genoeg, dus moet het strenger. Het is inderdaad goed als er ook in de les gekeken kan worden.

Ook op het examen is de nodige kritiek. De vragen zijn soms wel erg onduidelijk. Bijvoorbeeld: ‘Hanna krijgt nieuwe buren, Peter en Su. Zij zijn niet getrouwd. Hanna vindt dat raar. Wat moet ze doen? A. Nooit meer met Peter en Su praten. B. Niets laten merken. C. Peter en Su vertellen wat ze denkt.’ Ik denk dat veel Nederlanders zowel B als C een goed antwoord zouden vinden.

De antwoorden op deze vragen zijn nooit helemaal goed of helemaal fout.

Op het examen wordt maar één antwoord goedgekeurd.

Het gaat erom dat zij kunnen aantonen dat ze voldoende kennis hebben van de Nederlandse samenleving. Ik denk overigens dat het juiste antwoord hier C zou moeten zijn.

Volgens het antwoordformulier is B goed. 

Dit is een individuele vraag, het gaat uiteindelijk om de hele toets waarin de migranten kunnen aantonen dat ze de Nederlandse samenleving begrijpen. Je kunt er één vraag uithalen, die kun je belachelijk maken, maar voor ieder examen geldt dat er een rare vraag in staat.

Deze vraag staat niet op zichzelf. Laten we er nog een nemen: ‘Jan kan de huur van zijn flat niet betalen. Wat moet hij doen? A. Een kamer verhuren. B. Geld lenen. C. Huurtoeslag aanvragen.’

In dit geval is het goed als mensen weten dat er een systeem met toeslagen is. Als je dat weet, kun je kijken of je daar recht op hebt en kun je dat aanvragen.

Dat is inderdaad het juiste antwoord. Maar uit de vraag kunnen we helemaal niet afleiden of Jan wel recht heeft op huurtoeslag.

We kijken natuurlijk wel hoe vaak er een fout antwoord wordt gegeven, en of de vraag misschien te moeilijk is. Dan halen we die eruit. Bij die eerste vraag zou dat zo kunnen zijn. Maar deze vragen vallen onder het onderdeel ‘Kennis van de Nederlandse samenleving’. Die toets wordt over het algemeen juist vrij goed gemaakt. Het grote probleem ligt bij de Nederlandse taal.

Op dat gebied is er een groot tekort aan ervaren docenten.

Dat klopt. Dat bleek zeker toen er in 2015 in korte tijd 58.000 asielzoekers kwamen. We hebben toen het budget verdubbeld om docenten op te leiden en mensen die zijn uitgestroomd terug te halen.

Vluchtelingenwerk vindt dat u de problemen had kunnen zien aankomen, en er niet dicht genoeg bovenop zat.

Ik denk dat wij én Vluchtelingenwerk overvallen zijn door de enorme stijging van de instroom.

Het was te verwachten dat het er een keer van zou komen, toch? Het Midden-Oosten stond toen al jaren in brand.

De burgeroorlog in Syrië was al bezig sinds 2011. Ik denk dat niemand zag aankomen dat er jaren later plotseling zo’n enorme toestroom zou komen.

Wat als er morgen weer een grote groep vluchtelingen naar Nederland komt, zijn we er dan wel klaar voor?

Ik denk dat het niet meer gaat gebeuren.

Denkt u dat echt? Er zijn nog altijd honderdduizenden vluchtelingen die naar Europa willen.

Via andere routes is de toestroom wat toegenomen, maar zo groot als in 2015 is die niet meer. En aan de grenzen van Europa zeggen landen niet: loop maar door.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul dit in voor het versturen van je reactie: * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.